Caelyx

Would you like to read this information again? Use the following options:

Alles over Caelyx

Powered by: KNMP logo
  • Introductie

    De werkzame stof in Caelyx is doxorubicine.

    Doxorubicine is een kankerremmende stof (cytostaticum). Het remt de groei van sommige tumoren.

    Artsen schrijven doxorubicine voor als chemotherapie (chemokuur) bij kanker.

  • Bijwerkingen

    Dit medicijn heeft een krachtige werking op de celdeling, niet alleen van kankercellen maar ook van gezonde lichaamscellen. Hierdoor kunnen bijwerkingen ontstaan, bijvoorbeeld op plaatsen waar de cellen zich van nature snel delen. Dit zijn de slijmvliezen van mond, maag en darmen, de huid, de haren en het bloed.

    Door de lijst van bijwerkingen kan het lijken dat het medicijn erger is dan de kwaal. Maar de bijwerkingen komen lang niet bij iedereen in dezelfde mate voor. Bovendien gaan de bijwerkingen na de chemokuur geleidelijk over.

    De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

    Regelmatig

    • Bloedarmoede, een verhoogde kans op infecties en een verhoogde kans op bloedingen, zoals bloedneuzen. Deze bijwerkingen ontstaan doordat het lichaam minder rode en witte bloedcellen en minder bloedplaatjes aanmaakt. Deze bijwerking ontstaat meestal na 10 tot 14 dagen na het infuus en neemt weer af in de vierde week na het infuus. Soms is het nodig de dosering te verlagen of de volgende toediening uit te stellen. De arts zal uw bloed daarom tijdens de behandeling regelmatig laten controleren. Het bloed herstelt zich weer als de kuur is afgelopen.
      Neem bij de volgende verschijnselen contact op met uw arts: onverklaarbare koorts of keelpijn, blaasjes in de mond en keel, bloedneuzen, onverklaarbare blauwe plekken en extreme vermoeidheid. Door het tekort aan witte bloedcellen bent u ook bevattelijker voor infecties door virussen, bacteriën of schimmels. Neem altijd contact op met uw arts bij infecties als verkoudheid, keelontsteking, griep, steenpuisten en andere huidinfecties.
    • Haaruitval en kaalheid. Niet alleen van hoofdhaar, maar ook van wenkbrauwen, wimpers, oksel- en schaamhaar. Na de behandeling zal het haar na ongeveer een maand weer gaan groeien.
    • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken en verlies van eetlust. Zelden ontstaat diarree. Deze bijwerkingen ontstaan door ontsteking van de slijmvliezen van slokdarm, maag en darmen. De klachten beginnen meestal op de eerste dag van de behandeling en kunnen enkele dagen aanhouden. Om maagpijn en brandend maagzuur te bestrijden, kan de arts een maagbeschermend middel voorschrijven. Bij misselijkheid schrijft de arts een antibraakmiddel voor. Soms helpt het om vaker te eten, maar dan kleine beetjes. Zeer zelden ontstaat een ernstige diarree door een ontsteking van het laatste deel van de darm.
      Zorg dat u extra drinkt als u diarree heeft en moet overgeven. Neem contact op met uw arts als u bovenop uw normale ontlastingpatroon vier maal of vaker per dag dunne ontlasting heeft of als u ook 's nachts diarree heeft. Soms is het nodig om uitdroging te voorkomen met geneesmiddelen tegen diarree of een vochtinfuus. Ook als u vaker dan één keer per dag moet braken moet u de arts waarschuwen.
    • Rode urine en zeer zelden rood traanvocht. De roodverkleuring is onschuldig. Wel kan het rode traanvocht contactlenzen verkleuren. Draag daarom tot 48 uur na het infuus geen contactlenzen.

    Soms

    • Beschadiging van de hartspier, hartfalen, ernstige hartritmestoornissen. Dit kan plotseling ontstaan binnen enkele dagen na het infuus, of pas later na enkele maanden tot jaren, nadat de behandeling is gestopt. Uw arts zal de werking van het hart voor, tijdens en na de behandeling regelmatig controleren.

    Zelden

    • Pijnlijke mond, tong of keel, droge mond, smaakveranderingen. Deze bijwerkingen ontstaan door ontsteking van de slijmvliezen van mond, keel en slokdarm. U kunt dit zien aan een vuurrode kleur van de slijmvliezen. Eten en drinken kunnen hierdoor pijnlijk zijn. In veel gevallen helpt het om op ijsblokjes te zuigen, tijdens en direct na de chemotherapie.
      Tijdens de chemokuur kunnen ingrepen aan uw gebit of in uw mond de klachten verergeren. Vóór u aan de chemokuur begint is het daarom verstandig om uw tandarts uw gebit te laten controleren en eventueel behandelen. Verzorg uw gebit extra goed door een aantal maal per dag te poetsen met een zachte tandenborstel. Ook kunt u spoelen met een desinfecterende mondspoeling.

    Zeer zelden

    • Koorts, koude rillingen, spierpijn en een griepgevoel. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige bij een temperatuur boven de 38,5 ºC.
    • Pijn of tintelend gevoel op en rond de plaats van de infuusnaald. Dit kan ontstaan doordat de infuusvloeistof buiten de ader in het omliggende weefsel terechtkomt. Hierdoor kan het weefsel ernstig ontsteken en gaan zweren. Waarschuw direct uw arts of verpleegkundige bij klachten zoals roodheid, warmte en zwelling.
    • Verkleuring van de nagels, loslaten van de nagels. Ook het mondslijmvlies kan verkleuren.
    • Hand-voet-syndroom. De handen en voeten zijn pijnlijk, rood en gezwollen en kunnen tintelen of doof aanvoelen. De huid kan afschilferen en er kunnen zweren of blaren op de huid ontstaan. Waarschuw uw arts als u deze verschijnselen bemerkt.
      De bijwerking kan na 2 of 3 chemokuren ontstaan en verdwijnt meestal weer geleidelijk na enkele weken. Soms is het nodig de dosering te verlagen of de volgende kuur uit te stellen. Om deze bijwerking te voorkomen kan het zinvol zijn de handen en voeten te koelen tijdens de behandeling door ze in koud water te dompelen. Ook kan de arts vitamine B6 (pyridoxine) voorschrijven.
    • Huiduitslag, galbulten, jeuk. Ook kan het huidgebied dat bestraald wordt ernstiger beschadigd raken, zodat meer huidontsteking ontstaat.
    • Opvliegers, warmtegevoel, blozen.
    • Verminderde vruchtbaarheid.
      Bij vrouwen kunnen de geslachtshormonen verstoord raken, waardoor de menstruatie enige tijd wegblijft en zij later minder makkelijk zwanger kunnen raken. Vrouwen kunnen door gebruik van dit middel eerder in de overgang komen.
      Bij sommige mannen kan de vorming van zaadcellen stoppen, waardoor zij definitief onvruchtbaar worden. Bespreek met uw arts de mogelijkheid om zaadcellen op te slaan voor u met de behandeling start.
    • Ernstige leverafwijking. Raadpleeg uw arts bij een bleke, gele huid en gele verkleuring van het oogwit.
    • Nierbeschadiging. De arts zal bij herhaalde behandelingen de nierwerking regelmatig controleren.

    Bij gebruik van de liposomale vorm van doxorubicine (Caelyx, Myocet)

    Zeer zelden

    • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit ontstaat soms al na enkele minuten na het begin van het infuus. U merkt dit aan duizeligheid, benauwdheid, koorts, rillingen, pijn op de borst, jeuk, galbulten, zweten, zwelling van het gezicht, flauwvallen. Uw arts zal u tijdens het infuus goed controleren.

    Bij gebruik van doxorubicine in blaasspoeling

    Regelmatig, de dag van de spoeling en de dag er na

    • Verschijnselen van blaasontsteking, zoals vaker moeten plassen of moeite om de plas op te houden, pijn of branderig gevoel in de blaas en de plasbuis en bloed of weefseldeeltjes in de urine.

    Zelden

    • Blijvende afname van werking van de blaasspieren. Hierdoor zal de blaas zich niet meer goed legen of kan men de plas moeilijker ophouden.

    Zeer zelden

    • Bijwerkingen in de rest van het lichaam. Zie hiervoor de bijwerkingen genoemd bij toediening via een infuus. De kans op deze bijwerkingen is heel klein, aangezien maar heel weinig van dit medicijn in het lichaam wordt opgenomen.

    Neem contact op met uw verpleegkundige of arts als u te veel last heeft van één van de hierboven genoemde bijwerkingen. Soms is het nodig de dosering aan te passen zodat de bijwerkingen verminderen. Soms ook zal de arts een ander medicijn voorschrijven tegen de bijwerkingen.

    Bespreek ook met uw arts of verpleegkundige als u zich zorgen maakt over bijwerkingen. Ervaart u andere bijwerkingen dan die hierboven staan? Meld dat dan aan uw apotheek, arts of verpleegkundige.

    Let op
    Dit middel is schadelijk voor het ongeboren kind. Vrouwen mogen niet zwanger worden als ze dit middel gebruiken. Ook mannen die dit middel gebruiken mogen hun partner niet zwanger maken.

    Zowel mannen als vrouwen moeten daarom een goede anticonceptie gebruiken. Ga met de anticonceptie door tot minstens 6 maanden na afloop van de chemokuur. Overleg hierover met uw arts.

    Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van een van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart, waar u zich zorgen over maakt.

  • Gebruik

    Dit medicijn wordt in het ziekenhuis toegediend.

    Hoe?

    • Als infuus in de bloedbaan.
    • Als blaasspoeling. De arts of verpleegkundige brengt de vloeistof dan via de plasbuis met een katheter in de blaas. De vloeistof moet 1 tot 2 uur in de blaas blijven, waarbij u elke 15 minuten een kwartslag moet draaien. Daarna kunt u hem weer uitplassen. Dat gebeurt in het ziekenhuis, aangezien uw urine dan het cytostaticum bevat. In het ziekenhuis kunnen ze de urine veilig afvoeren.

    Wanneer?
    Per soort kanker is er een ander type behandeling met een ander toedieningsschema. Uw arts bepaalt dit voor iedere individuele patiënt afzonderlijk.

    Blaasspoeling: drink niets vanaf 12 uur voor de blaasspoeling, zodat de blaasspoeling niet wordt verdund met urine.

    Hoelang?
    De injectie wordt in een bloedvat toegediend gedurende 3 tot 5 minuten, het infuus gedurende 1 tot 2 uur. Deze behandeling wordt iedere 2, 3 of 4 weken herhaald, afhankelijk van het soort chemokuur dat u krijgt.

    Blaaskanker
    Dit medicijn moet 1 tot 2 uur in de blaas blijven. Deze behandeling kan elke week tot elke 4 weken worden herhaald.

    Wat te doen met urine, ontlasting, bloed, wondvocht of braaksel?
    Voor uw directe omgeving, zoals huisgenoten, is het verstandig contact te vermijden met uw lichaamsvloeistoffen. Dit betekent niet dat aanraken of zoenen verboden is. Het gaat er alleen om niet in aanraking te komen met urine, ontlasting, bloed, wondvocht of braaksel, omdat het geneesmiddel hierin aanwezig is. De volgende maatregelen zijn daarbij nodig.

    Bij toediening als infuus
    Neem tijdens de behandeling en tot 6 dagen na het laatste infuus de volgende maatregelen.

    • Mannen kunnen het best zittend plassen (net als vrouwen), om spatten te voorkomen. Was na elk toiletbezoek de handen.
    • Spoel na het gebruik van het toilet tweemaal achtereen door, met het wc-deksel dicht. Zo voorkomt u spatten. Maak het toilet elke dag schoon.
    • Doe kleding of beddengoed met urine, ontlasting, bloed of braaksel meteen in de wasmachine. Gebruik daarbij wegwerphandschoenen.
    • Neem urine, ontlasting en braaksel op met een wegwerpmatje of keukenpapier. Gebruik hierbij ook handschoenen. Gooi de materialen weg in een dubbele afvalzak. Maak de plek daarna eventueel schoon met een sopje. Spoel het sopje door het toilet.
    • Ook bloed en wondvocht kunnen het medicijn of restanten ervan bevatten. Daarom gebruikt men bij de behandeling van wonden altijd wegwerphandschoenen. U kunt verband, gaasjes en al het overige wegwerpmateriaal in een dubbele afvalzak doen.

    Bij toediening als blaasspoeling
    Neem tot 2 dagen na de blaasspoeling de volgende maatregelen:

    • Mannen moeten zittend plassen (net als vrouwen), om spatten te voorkomen. Vermijd huidcontact met de urine. Was na elk toiletbezoek de handen.
    • Spoel na het gebruik van het toilet tweemaal achtereen door, met het wc-deksel dicht. Zo voorkomt u spatten. Bij morsen van urine buiten het toilet moet u dit goed schoonmaken. Maak het toilet elke dag schoon.
    • Heb geen geslachtsgemeenschap op de dag van de spoeling en de dag er na.
    • Doe kleding of ondergoed met urine meteen in de wasmachine. Gebruik daarbij wegwerphandschoenen.
  • Vergeten

    Bent u de afspraak vergeten? Neem dan meteen contact op met het ziekenhuis om een nieuwe afspraak te maken.

  • Verboden

    autorijden?
    Heeft u last van extreme vermoeidheid, doof gevoel in handen en voeten, ernstige misselijkheid en braken? Dan kan dit uw rijvaardigheid beïnvloeden. Rijd geen auto als u hier last van heeft.

    alcohol drinken?
    Alcohol irriteert de slijmvliezen van het maagdarmkanaal. Het vergroot daardoor de kans op bijwerkingen op de maag en de darmen. Gebruik daarom liever geen alcohol tijdens de chemokuur zolang u last heeft van uw maag en darmen.

    alles eten?
    U kunt alles eten wat uw maag verdraagt. Bepaalde soorten voedsel zijn echter af te raden als u last heeft van uw maag.

    Op deze site kunt u onder ‘Klachten & Ziektes’, ‘Maagklachten’ adviezen vinden voor mensen met maagklachten.

  • Wisselwerking

    Dit middel heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen en niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'Samenstelling'.

    De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

    • Vaccins. Doxorubicine kan de werkzaamheid van sommige soorten vaccins verminderen en de kans op bijwerkingen door de vaccins vergroten. Overleg met uw apotheker of arts als u moet worden gevaccineerd.
    • Bepaalde medicijnen tegen epilepsie, namelijk fenytoïne, carbamazepine en valproïnezuur. Doxorubicine kan de werking van deze medicijnen verminderen. Uw arts zal de dosering van deze medicijnen extra controleren.
    • Ciclosporine, een afweeronderdrukkend medicijn. Dit medicijn kan de bijwerkingen van doxorubicine versterken. Indien ciclosporine toch nodig is, zal de arts de dosering van doxorubicine aanpassen.
    • De antistollingsmiddelen acenocoumarol en fenprocoumon. Doxorubicine kan de werking hiervan beïnvloeden. Licht de trombosedienst daarom in als u doxorubicine gaat gebruiken, de dosering verandert of als u stopt met het gebruik van doxorubicine.
    • De hiv-remmers atazanavir, darunavir, fosamprenavir, indinavir, lopinavir, nelfinavir, ritonavir, saquinavir en tipranavir. Deze medicijnen kunnen de bijwerkingen van doxorubicine versterken. Uw arts zal de dosering van doxorubicine extra controleren.

    Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

    Het is belangrijk dat uw arts weet welke medicijnen u nog meer gebruikt. Neem daarom uw medicatieoverzicht mee als u naar het ziekenhuis gaat. Dit is een overzicht waarop staat welke medicijnen u gebruikt, maar ook of u bijvoorbeeld allergisch bent voor bepaalde medicijnen. U kunt dit overzicht bij uw eigen apotheek opvragen. Krijgt u in het ziekenhuis nieuwe medicijnen, of verandert er iets aan uw medicijngebruik? Geef dit dan ook weer door aan uw eigen apotheek. Dan blijft uw medicatieoverzicht actueel.

  • Zwangerschap

    Zwangerschap
    U mag dit medicijn NIET gebruiken als u zwanger bent of wil worden. Ook niet als blaasspoeling. Tijdens de chemokuur en tot 6 maanden na beëindiging ervan mag u niet zwanger worden. Er is een grote kans dat het aangeboren afwijkingen bij het kind veroorzaakt. Gebruik daarom een goede anticonceptie tijdens de behandeling.

    Borstvoeding
    Geef GEEN borstvoeding als u dit medicijn moet gebruiken. Ook niet als u het gebruikt als blaasspoeling. Dit medicijn komt in de moedermelk terecht. Het kan ernstige bijwerkingen bij het kind veroorzaken.

  • Stoppen

    Een chemokuur is zwaar en kan moeilijk vol te houden zijn, ook al helpt het u de ziekte te verslaan. Wordt de behandeling u te zwaar, bespreek dat dan met uw arts of verpleegkundige. Samen kunt u de bijwerkingen bespreken en kijken of er alternatieven zijn.

  • Handelsinformatie

    Doxorubicine is sinds 1971 internationaal op de markt. Het is verkrijgbaar op recept als injectie of infuusvloeistof als het merkloze Doxorubicine. De injectie- of infuusvloeistof kan ook worden gebruikt voor toediening in de blaas.

    Het is ook verkrijgbaar verkrijgbaar onder de merknamen Myocet en Caelyx in een vorm waarbij het geneesmiddel is ingepakt in vet- en eiwitbolletjes (liposomen).

Laatst gewijzigd op: 19 september 2013

Herhaalrecept

Gebruikt u Caelyx? Via deze website kunt u een herhaalrecept aanvragen

Meld bijwerkingen

Een paar minuten van uw tijd kan een leven redden.

Omdat niet alle bijwerkingen bekend zijn op het moment dat een geneesmiddel of een vaccin op de markt wordt gebracht, zijn meldingen uit de praktijk onmisbaar voor een veilig geneesmiddelgebruik.

Lareb verzamelt alle bijwerkingen van geneesmiddelen en vaccins in Nederland. Daardoor valt het snel op als een bijwerking vaak voorkomt. Dit systeem werkt alleen als er zoveel mogelijk bijwerkingen gemeld worden door zorgverleners, apothekers en patiënten.

Uw melding is dus belangrijk om geneesmiddelen nog veiliger te maken!

Meld bijwerkingen