Irinotecan

Would you like to read this information again? Use the following options:

Alles over Irinotecan

Powered by: KNMP logo
  • Introductie

    De werkzame stof in Irinotecan is irinotecan.

    Irinotecan is een kankerremmende stof (cytostaticum).

    Artsen schrijven het voor als chemotherapie (chemokuur) bij verschillende vormen van kanker.

  • Bijwerkingen

    Dit medicijn heeft een krachtige werking op de celdeling, niet alleen van kankercellen maar ook van gezonde lichaamscellen. Hierdoor kunnen bijwerkingen ontstaan, bijvoorbeeld op plaatsen waar de cellen zich van nature snel delen. Dit zijn de slijmvliezen van mond, maag en darmen, de huid, de haren en het bloed.

    Door de lijst van bijwerkingen kan het lijken dat het middel erger is dan de kwaal. Maar de bijwerkingen komen lang niet bij iedereen in dezelfde mate voor. Bovendien gaan de bijwerkingen na de chemokuur geleidelijk over.

    De belangrijkste bijwerkingen kunnen de volgende zijn.

    Regelmatig

    • Een verhoogde kans op infecties en bloedarmoede. Deze bijwerking ontstaat door een tekort aan witte en rode bloedcellen. Tijdens de behandeling zal de arts daarom regelmatig het bloed controleren. Neem contact op met uw arts bij: extreme vermoeidheid, bleke huid en slijmvliezen, plotselinge onverklaarbare koorts of keelpijn, blaren in de mond en keel. Door het tekort aan witte bloedcellen bent u ook bevattelijker voor infecties door virussen, bacteriën of schimmels. Neem altijd contact op met uw arts bij infecties zoals verkoudheid, keelontsteking, griep, steenpuisten en andere huidinfecties.
    • Haaruitval en kaalheid. Niet alleen van hoofdhaar, maar ook van wenkbrauwen, wimpers, oksel- en schaamhaar. Na de behandeling zal het haar na ongeveer een maand weer gaan groeien.

    Soms

    • Maagdarmklachten, zoals diarree, misselijkheid en braken en zelden verlies van eetlust. Deze bijwerkingen ontstaan door ontsteking van de slijmvliezen van maag en darmen.
      Bij 1 op de 5 mensen ontstaat ernstige diarree. Dat kan meteen gebeuren, maar ook enkele dagen na het infuus. Als de diarree later dan 24 uur na het infuus ontstaat moet u uw arts direct waarschuwen. Uw arts zal u een medicijn tegen diarree voorschrijven. Hier moet u meteen mee beginnen en ermee doorgaan tot 12 uur na de laatste vloeibare ontlasting. Drink ook glucose-zoutoplossing (ORS) als u diarree heeft of moet overgeven. Waarschuw uw arts als de diarree na 48 uur niet ophoudt of als u ook koorts krijgt. Soms is het nodig om uitdroging te voorkomen met een vochtinfuus.
      Bij misselijkheid schrijft de arts een antibraakmiddel voor. Dit kunt u vlak voor het infuus gebruiken om misselijkheid te voorkomen. Soms helpt het om vaker te eten, maar dan kleine beetjes. Als u vaker dan één keer per dag moet braken moet u de arts waarschuwen.
    • Koorts en een grieperig gevoel.

    Zelden

    • Een verhoogde kans op bloedingen, zoals bloedneuzen. Deze bijwerking ontstaat doordat het lichaam minder bloedplaatjes aanmaakt. De arts zal uw bloed daarom tijdens de behandeling regelmatig laten controleren. Het bloed herstelt zich weer als de kuur is afgelopen. Neem bij bloedneuzen of onverklaarbare blauwe plekken contact op met uw arts.
    • Verstopping. Zeer zelden kan een darmafsluiting of ontsteking van de dikke darm ontstaan. Dat is een ernstige situatie met hevige pijn. Raadpleeg uw arts als u verstopping krijgt, zodat u tijdig maatregelen kunt nemen tegen de verstopping.
    • Ernstige verstoring van het zenuwstelsel. Het wordt ook wel ‘acuut cholinergisch syndroom’ genoemd. Dit kan binnen 24 uur na het infuus ontstaan. U merkt het aan de volgende verschijnselen: diarree, buikkramp, zweten, tranenvloed, rillingen, duizeligheid, speekselvloed, wazig zien en vernauwde pupillen. De verschijnselen verdwijnen na een injectie met atropine. Als u deze bijwerking krijgt, zult u bij volgende infusen van te voren atropine krijgen om de bijwerking te voorkomen.
    • Zwak gevoel.

    Zeer zelden

    • Pijnlijke mond,

    • tong of keel. Deze bijwerkingen ontstaan door ontsteking van de slijmvliezen van mond, keel en slokdarm. U kunt dit zien aan een vuurrode kleur van de slijmvliezen. Eten en drinken kunnen hierdoor pijnlijk zijn. In veel gevallen helpt het om op ijsblokjes te zuigen, tijdens en direct na de chemotherapie.
      Tijdens de chemokuur kunnen ingrepen aan uw gebit of in uw mond de klachten verergeren. Vóór u aan de chemokuur begint is het daarom verstandig om uw tandarts uw gebit te laten controleren en eventueel behandelen. Verzorg uw gebit extra goed door een aantal maal per dag te poetsen met een zachte tandenborstel. Ook kunt u spoelen met een desinfecterende mondspoeling.
    • Benauwdheid, longontsteking. Waarschuw dan uw arts.
    • Verminderde hartwerking, verlaagde bloeddruk. Zeer zelden kan tijdens het infuus tijdelijk de bloeddruk stijgen.
    • Pijn of tintelend gevoel op en rond de plaats van de infuusnaald. Dit kan ontstaan doordat de infuusvloeistof buiten de ader in het omliggende weefsel terechtkomt. Hierdoor kan het weefsel ontsteken. Waarschuw uw arts of verpleegkundige bij klachten zoals roodheid, warmte en zwelling. Door de injectieplaats te koelen met ijs kunt u de klachten verminderen.
    • Beschadiging van de lever of nieren. Waarschuw uw arts bij geelzucht (een gele verkleuring van huid of oogwit), een opgezette en gevoelige buik, donkere urine of veel minder plassen dan normaal.
    • Voorbijgaande spraakstoornissen.
    • Huiduitslag. Zeer zelden wijst dit op overgevoeligheid.
    • Te weinig kalium of natrium in het bloed. U merkt dit aan spierkrampen, spierzwakte en vermoeidheid. Waarschuw dan uw arts.
    • Verminderde vruchtbaarheid.
      Bij vrouwen kunnen de geslachtshormonen verstoord raken, waardoor de menstruatie enige tijd wegblijft en zij minder makkelijk zwanger kunnen raken. Vrouwen kunnen door gebruik van dit medicijn eerder in de overgang komen.
      Bij sommige mannen kan de vorming van zaadcellen stoppen, waardoor zij definitief onvruchtbaar worden. Bespreek met uw arts de mogelijkheid om zaadcellen op te slaan voor u met de behandeling start.
    • Overgevoeligheid voor dit medicijn. U merkt dat aan huiduitslag, galbulten of jeuk. Zeer zelden kunt u duizelig worden of flauwvallen. Als u allergisch bent voor dit medicijn mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheker en het ziekenhuis door dat u overgevoelig bent voor irinotecan. Zij kunnen er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

    Bespreek ook met uw arts of verpleegkundige als u zich zorgen maakt over bijwerkingen. Ervaart u andere bijwerkingen dan die hierboven staan? Meld dat dan aan uw apotheek, arts of verpleegkundige.

    Let op
    Dit medicijn is schadelijk voor het ongeboren kind. Vrouwen mogen niet zwanger worden als ze dit medicijn gebruiken. Ook mannen die dit medicijn gebruiken mogen hun partner niet zwanger maken.

    Zowel mannen als vrouwen moeten daarom een goede anticonceptie gebruiken. Ga met de anticonceptie door tot minstens 3 maanden na afloop van de chemokuur. Overleg hierover met uw arts.

  • Gebruik

    Dit medicijn wordt in het ziekenhuis toegediend.

    Wanneer?
    Per soort kanker is er een ander type behandeling met een ander toedieningsschema. Uw arts bepaalt dit voor iedere individuele patiënt afzonderlijk.

    Hoelang?
    Het infuus wordt in een bloedvat toegediend gedurende een half tot anderhalf uur. Soms krijgt u dit medicijn 1 keer in de 2 of 3 weken. Het is afhankelijk van het type kanker hoe lang u dit medicijn moet gebruiken.

    Wat te doen met urine, ontlasting, bloed, wondvocht of braaksel?
    Voor uw directe omgeving, zoals huisgenoten, is het verstandig contact te vermijden met uw lichaamsvloeistoffen. Dit betekent niet dat aanraken of zoenen verboden is. Het gaat alleen om maatregelen om niet in aanraking te komen met urine, ontlasting, bloed, wondvocht of braaksel, omdat het medicijn hierin aanwezig is.

    Neem daarom tot 4 dagen na de laatste dosering de volgende maatregelen.

    • Mannen kunnen het best zittend plassen (net als vrouwen), om spatten te voorkomen. Was na elk toiletbezoek de handen.
    • Spoel na het gebruik van het toilet tweemaal achtereen door, met het wc-deksel dicht. Zo voorkomt u spatten. Maak het toilet elke dag schoon.
    • Doe kleding of beddengoed met urine, ontlasting, bloed of braaksel meteen in de wasmachine. Gebruik daarbij wegwerphandschoenen.
    • Neem urine, ontlasting en braaksel op met een wegwerpmatje of keukenpapier. Gebruik hierbij ook handschoenen. Gooi de materialen weg in een dubbele afvalzak. Maak de plek daarna eventueel schoon met een sopje. Spoel het sopje door het toilet.
    • Ook bloed en wondvocht kunnen het medicijn of restanten ervan bevatten. Daarom gebruikt men bij de behandeling van wonden altijd wegwerphandschoenen. U kunt verband, gaasjes en al het overige wegwerpmateriaal in een dubbele afvalzak doen.
  • Vergeten

    Bent u de afspraak vergeten? Neem dan contact op met het ziekenhuis om een nieuwe afspraak te maken.

  • Verboden

    autorijden
    Ziet u wazig, bent u vermoeid of duizelig of voelt u zich slap? Dan kan dit uw rijvaardigheid beïnvloeden. Rijd geen auto als u hier veel last van heeft.

    alcohol drinken
    Alcohol irriteert de slijmvliezen van het maagdarmkanaal. Het vergroot daardoor de kans op bijwerkingen op de maag en de darmen. Bovendien kan alcohol de lever beschadigen, net als dit medicijn. Gebruik daarom liever geen alcohol tijdens de chemokuur.

    alles eten?
    U kunt alles eten wat uw maag verdraagt. Bepaalde soorten voedsel zijn echter af te raden als u last heeft van uw maag door dit medicijn.

    Op deze site kunt u onder ‘Klachten & ziektes’, ‘Maagklachten’ adviezen vinden voor mensen met maagklachten.

  • Wisselwerking

    Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.

    De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

    • De medicijnen tegen hiv, efavirenz, etravirine en nevirapine. Deze medicijnen kunnen de werking van irinotecan verminderen. Overleg met uw arts of apotheker.
    • De medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon verminderen de werking van irinotecan. Overleg met uw arts of apotheker.
    • Bosentan, een medicijn tegen hoge bloeddruk in de longen. Dit medicijn vermindert de werking van irinotecan. Overleg met uw arts of apotheker.
    • Het kruidenmedicijn Sint-janskruid (hypericum). Dit medicijn vermindert de werking van irinotecan. Overleg met uw arts of apotheker.
    • De medicijnen tegen hiv-infectie atazanavir en ritonavir. De hoeveelheid irinotecan in het bloed kan door deze medicijnen stijgen. Hierdoor zijn de werking en de bijwerkingen sterker. Overleg met uw arts of apotheker.
    • De antibiotica claritromycine en erytromycine en de antischimmelmedicijnen itraconazol, ketoconazol en voriconazol. De hoeveelheid irinotecan in het bloed kan stijgen. Hierdoor zijn de werking en de bijwerkingen sterker. Overleg met uw arts of apotheker.
    • De tuberculose-medicijnen rifampicine en rifabutine. Deze medicijnen kunnen de werking van irinotecan verminderen. Mogelijk vervangt uw arts irinotecan voor een ander medicijn.
    • Vaccins. Meld altijd aan de arts dat u irinotecan gebruikt. Het kan de werkzaamheid van sommige soorten vaccins verminderen en de kans op bijwerkingen door de vaccins vergroten. Overleg met uw apotheker of arts als u moet worden gevaccineerd.
    • De antistollingsmedicijnen acenocoumarol en fenprocoumon. Irinotecan kan de werking van de bloedverdunner beïnvloeden. Licht de trombosedienst daarom in als u irinotecan gaat gebruiken, de dosering verandert of als u stopt met het gebruik van irinotecan.

    Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

    Het is belangrijk dat uw arts weet welke medicijnen u nog meer gebruikt. Neem daarom uw medicatieoverzicht mee als u naar het ziekenhuis gaat. Dit is een overzicht waarop staat welke medicijnen u gebruikt, maar ook of u bijvoorbeeld allergisch bent voor bepaalde medicijnen. U kunt dit overzicht bij uw eigen apotheek opvragen. Krijgt u in het ziekenhuis nieuwe medicijnen, of verandert er iets aan uw medicijngebruik? Geef dit dan ook weer door aan uw eigen apotheek. Dan blijft uw medicatieoverzicht actueel.

  • Zwangerschap

    Zwangerschap
    U mag dit medicijn NIET gebruiken als u zwanger bent of wilt worden. Tijdens de chemokuur en tot 3 maanden na beëindiging ervan mag u niet zwanger worden. Er is een grote kans dat het aangeboren afwijkingen bij het kind veroorzaakt. Gebruik daarom een goede anticonceptie tijdens de behandeling en tot 3 maanden erna.

    Borstvoeding
    Geef GEEN borstvoeding als u dit medicijn moet gebruiken. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt. Als dit gebeurt, kan het ernstige bijwerkingen bij het kind veroorzaken.

  • Stoppen

    Een chemokuur is zwaar en kan moeilijk vol te houden zijn, ook al helpt het u de ziekte te verslaan. Wordt de behandeling u te zwaar, bespreek dat dan met uw arts of verpleegkundige. Samen kunt u de bijwerkingen bespreken en kijken of er alternatieven zijn.

  • Handelsinformatie

    Irinotecan is sinds 1997 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar in injectievloeistof onder de merknaam Campto en als het merkloze Irinotecan.

Laatst gewijzigd op: 12 november 2013

Herhaalrecept

Gebruikt u Irinotecan? Via deze website kunt u een herhaalrecept aanvragen

Meld bijwerkingen

Een paar minuten van uw tijd kan een leven redden.

Omdat niet alle bijwerkingen bekend zijn op het moment dat een geneesmiddel of een vaccin op de markt wordt gebracht, zijn meldingen uit de praktijk onmisbaar voor een veilig geneesmiddelgebruik.

Lareb verzamelt alle bijwerkingen van geneesmiddelen en vaccins in Nederland. Daardoor valt het snel op als een bijwerking vaak voorkomt. Dit systeem werkt alleen als er zoveel mogelijk bijwerkingen gemeld worden door zorgverleners, apothekers en patiënten.

Uw melding is dus belangrijk om geneesmiddelen nog veiliger te maken!

Meld bijwerkingen