Orfiril

Would you like to read this information again? Use the following options:

Alles over Orfiril

Powered by: KNMP logo
  • Introductie

    Orfiril
    De werkzame stof in Orfiril is valproïnezuur.

    Valproïnezuur beïnvloedt de informatieoverdracht via zenuwen in de hersenen. Het wordt toegepast bij verschillende aandoeningen.

    Artsen schrijven valproïnezuur voor bij epilepsie, migraine, manie en zenuwpijn.

  • Bijwerkingen

    Behalve het gewenste effect kan dit middel bijwerkingen geven.

    Vooral aan het begin van de behandeling heeft u kans op bijwerkingen, de meeste worden vanzelf minder als u aan het middel gewend raakt.

    De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

    Zelden

    • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken en diarree. Dit verdwijnt meestal vanzelf na korte tijd. U kunt het voorkomen door het middel met wat voedsel in te nemen. Verder buikpijn, verstopping, braken en diarree. Blijft u last houden van deze klachten, neem dan contact op met uw arts.
    • Gewichtstoename of gewichtsafname. Vraag advies aan uw arts of diëtist als u te veel aankomt of te veel afvalt.
    • Haaruitval, meestal tijdelijk. Ook wordt het haar soms lichter van kleur.
    • Verminderde aanmaak van bloedplaatjes. Hierdoor heeft u een verhoogde kans op bloedingen. Heeft u onverklaarbare blauwe plekken of vaker dan normaal een bloedneus? Neem dan contact op met uw arts.

    Zeer zelden

    • Ontsteking van de slijmvliezen van de mond. U merkt dit aan een vuurrode kleur van de slijmvliezen. Eten en drinken kunnen hierdoor pijnlijk zijn.
    • Slaperigheid, sufheid, duizeligheid, verwardheid, hoofdpijn, vergeetachtigheid en onwillekeurige bewegingen kunnen voorkomen. Blijft u hier last van houden? Overleg hierover met uw arts.
    • Bedplassen.
    • Te veel aan mannelijke hormonen. Dit kan zich bij vrouwen uiten in menstruatiestoornissen (zoals onregelmatige menstruatie), stemverlaging en haargroei op 'mannelijke' plaatsen, zoals op de borst, bovenbenen, bovenlip en kin en wangen. Dit kan voorkomen bij vrouwen met name als zij voor hun twintigste jaar dit middel zijn gaan gebruiken.
    • Borstvorming bij mannen.
    • In zeer zeldzame gevallen kan een ernstige huidaandoening ontstaan met blaarvorming of koorts. De blaren ontstaan met name op de lippen en op de slijmvliezen van de mond en geslachtsdelen. Neem dan direct contact op met uw arts.
    • Trillende handen, snelle oogbewegingen en minder goed kunnen horen.
    • Gedrags- en stemmingsveranderingen. Dit kan variëren van opwinding en verhoogde alertheid tot apathie of depressieve gevoelens.
    • Overgevoeligheid. Dit merkt u aan huiduitslag, galbulten, acne en jeuk. Als u overgevoeligheid voor dit middel vermoedt, raadpleeg dan uw arts. Een ernstige overgevoeligheidsreactie is een ‘angio-oedeem’. Een angio-oedeem is een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als het ontstaat, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan. U mag dit soort middelen in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor valproïnezuur. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u valproïnezuur niet opnieuw krijgt.
    • Leverafwijkingen gedurende de eerste zes maanden van gebruik of een ontsteking van de alvleesklier. Vooral bij kinderen jonger dan drie jaar met een geestelijke handicap. De verschijnselen hiervan zijn verlies van eetlust, lusteloosheid, sloomheid, slap gevoel, soms met buikpijn, braken, opgezwollen enkels en voeten, en slaperigheid. Waarschuw dan direct een arts. Mensen met een verminderde leverwerking of mensen die eerder leverafwijkingen door het gebruik van valproïnezuur hebben gekregen mogen dit middel niet gebruiken.
    • Verstoring in de aanmaak van de bloedcellen. Raadpleeg uw arts als u last krijg van onverklaarbare koorts, keelpijn of blaasjes in de mond, of onverklaarbare blauwe plekken. Dit kan duiden op een afwijking in het bloed.
    • Als u acute porfyrie heeft, een stofwisselingsziekte waarbij men aanvallen van buikpijn, braken, koorts en hartkloppingen krijgt: dit middel kan een aanval uitlokken. Geef aan de apotheek door dat u acute porfyrie heeft. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit middel of andere uitlokkende middelen niet krijgt.
    • Moeite met bewegen, zoals stijve spieren, beven, een maskerachtige uitdrukking op het gezicht, murmelen, moeite met lopen en spreken. Deze bewegingsstoornis wordt ook wel 'parkinsonisme' genoemd, omdat de verschijnselen lijken op die van de ziekte van Parkinson. Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson. De verschijnselen kunnen door dit middel verergeren. Overleg ook met uw arts als u tijdens gebruik moeite met bewegen krijgt.
    • Botafwijkingen, zoals het dunner en brozer worden van het bot en botbreuken. Deze bijwerkingen kunnen optreden wanneer u gedurende lange tijd dit medicijn gebruikt.

    Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

  • Gebruik

    Kijk voor de juiste dosering altijd op het etiket van de apotheek.

    Hoe?

    • Capsules: zonder kauwen innemen met een half glas water, gebruik geen koolzuurhoudende drank. De Orfiril capsules mag u eventueel, bij slikproblemen, openmaken en de korrels met vla of yoghurt innemen (ook zonder kauwen). U kunt resten van de korrels in de ontlasting terug vinden; dit kan geen kwaad: de werkzame stof is er dan al uit verdwenen. De Propymal capsules mag u niet openmaken.
    • Tabletten: zonder kauwen innemen met een glas water, gebruik geen koolzuurhoudende drank. Depakine 'Chrono' tabletten (met vertraagde afgifte) mag u op de breukstreep breken, maar kauw de delen niet stuk, anders werkt het systeem van de vertraagde afgifte niet. De tablet kunt u in de ontlasting terug vinden; dit kan geen kwaad: de werkzame stof is er dan al uit verdwenen.
    • Druppels: innemen met een half glas water of limonade (zonder prik!).
    • Drank: meet de hoeveelheid af met een maatbekertje of maatlepel. Innemen zonder te verdunnen.
    • Korrels (granulaat): zonder kauwen innemen met een half glas water. Bij slikproblemen mag u de korrels ook mengen met vla of yoghurt. U kunt resten van de korrels in de ontlasting terugvinden; dit kan geen kwaad: de werkzame stof is er dan al uit verdwenen.
    • Zetpillen: de zetpil in de anus brengen. Het maakt daarbij niet zo veel uit of u de zetpil met de punt naar voren of met de stompe kant naar voren in brengen. U kunt de zetpil met een beetje water bevochtigen. Hierdoor kunt u hem wat makkelijker inbrengen.

    Wanneer?
    Neem dit middel in tijdens de maaltijd of met wat voedsel. Dit voorkomt eventuele misselijkheid. Dit geldt voor alle toedieningsvormen, behalve voor de zetpillen.

    Hoe lang?
    Uw arts bepaalt hoe lang u dit middel moet gebruiken. Dat hangt af van de aandoening waarvoor u dit middel slikt en van de resultaten. Het kan zijn dat de arts de dosering tussentijds aanpast. Verander in elk geval nooit zelf de dosering!
    Bij epilepsie kan de arts meestal na een tot drie maanden pas beoordelen of dit middel voldoende effect heeft.

  • Vergeten

    Het is belangrijk dit middel consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:

    • Als u dit middel twee keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan zeven uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan zeven uur? Sla dan de vergeten dosis over.
    • Als u dit middel drie of vier keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan één uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan één uur? Sla de vergeten dosis dan over.

    Neem echter nooit een dubbele dosis. Bij dit middel heeft een te hoge dosering snel schadelijke gevolgen.

  • Verboden

    autorijden?
    Let op: als u epilepsie heeft, mag u vaak niet autorijden. Of u mag autorijden, hangt af van bepaalde keuringseisen. Overleg hierover met uw arts. Ook is er een brochure ‘Epilepsie en rijgeschiktheid’ van het Epilepsiefonds. Ook een psychiatrische ziekte, zoals manische depressiviteit, kan een reden zijn dat u niet mag autorijden. Wilt u meer informatie over autorijden bij bepaalde aandoeningen? Kijk dan op de website van het CBR.

    Heeft uw arts bepaald dat u met uw aandoening mag autorijden? Ook valproïnezuur heeft invloed op uw rijvaardigheid. Het kan gevaarlijk zijn aan het verkeer deel te nemen als u dit medicijn gebruikt. Dit komt door bijwerkingen, zoals duizeligheid, sufheid en slaperigheid. U mag de eerste week dat u dit medicijn gebruikt niet autorijden. Rijd ook geen auto zolang de dosering nog omhoog gaat. Pas nadat u gedurende 1 week dezelfde dosering gebruikt heeft, mag u weer autorijden. Maar doe dat alleen als u geen last meer heeft van de bijwerkingen.

    Voor meer algemene informatie kunt u het thema ‘Medicijnen in het verkeer’ lezen. In dit thema leest u bijvoorbeeld wat de wet zegt over medicijnen in het verkeer. Ook vindt u adviezen waarmee u rekening moet houden als u wel (weer) mag autorijden.

    alcohol drinken?
    Alcohol versterkt het versuffende effect van dit middel. Ook als u niets van deze bijwerking heeft gemerkt, kunt u door het gebruik van alcohol wel suf worden en kan uw coördinatie- en beoordelingsvermogen afnemen.

    alles eten?
    De tabletten, capsules en drank mogen niet tegelijk met een koolzuurhoudende drank worden ingenomen. Verder mag u alles eten.

  • Wisselwerking

    De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn andere middelen tegen epilepsie carbamazepine, fenytoïne, lamotrigine en fenobarbital en de middelen tegen hiv zidovudine en ritonavir.

    • Fenytoïne, carbamazepine, lamotrigine en fenobarbital andere middelen tegen epilepsie, en valproïnezuur kunnen elkaars werking beïnvloeden. Als uw arts de werking en dosering van de middelen controleert, kunt u ze veilig samen gebruiken.
    • Stiripentol, een ander middel tegen epilepsie, kan het effect en de bijwerkingen van valproïnezuur versterken. Bovendien kan valproïnezuur de werking van stiripentol verminderen. Uw arts zal de hoeveelheid valproïnezuur en stiripentol in uw bloed af en toe meten en zo nodig de dosering aanpassen.
    • Ritonavir, een medicijn tegen hiv en aids. Dit medicijn vermindert de werking van valproïnezuur. Uw arts zal de werkzaamheid van valproïnezuur extra in de gaten houden.
    • Zidovudine, een medicijn tegen hiv en aids. Dit medicijn kan het effect en de bijwerkingen van valproïnezuur versterken. Uw arts zal u extra controleren.
    • Sommige middelen tegen kanker (chemokuren) kunnen de werking van valproïnezuur verminderen: bleomycine, cisplatine, cyclofosfamide, cytarabine, doxorubicine, etoposide, ifosfamide, methotrexaat en paclitaxel. Als u een van deze middelen gebruikt, zal uw arts de hoeveelheid valproïnezuur in uw bloed af en toe meten en zo nodig de dosering aanpassen.
    • Sommige antibiotica (doripenem, ertapenem, imipenem en meropenem) kunnen de werking van valproïnezuur verminderen. U mag deze middelen niet samen met valproïnezuur gebruiken. Uw arts zal een ander antibioticum voorschrijven.
    • Valproïnezuur kan de werking en bijwerkingen versterken van rufinamide (een ander medicijn tegen epilepsie). De arts zal de dosering van rufinamide hierop aanpassen en de werking controleren. Stopt u met valproïnezuur, dan moet soms de dosering rufinamide worden aangepast.

    Twijfelt u eraan of bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

  • Zwangerschap

    Zwangerschap
    Gebruik van dit middel tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op aangeboren afwijkingen bij het kind.

    Vrouwen met epilepsie: neem voordat u erover denkt zwanger te worden contact op met uw arts, bijvoorbeeld een jaar van tevoren. U heeft dan ruim de tijd om met uw arts te bepalen welk middel in welke dosering het geschiktst is om de epilepsie te onderdrukken.

    Het blijkt dat combinaties van epilepsiemiddelen meer risico's geven op aangeboren afwijkingen dan een enkel middel, zoals vaproïnezuur.

    Als u goed bent ingesteld op valproïnezuur, kunt u dit middel vaak tijdens de zwangerschap gebruiken.

    U komt in aanmerking voor prenatale diagnostiek en de bevalling zal onder begeleiding van de gynaecoloog en kinderarts plaatsvinden.

    Neem foliumzuur vanaf een maand voor het moment dat u zwanger wilt worden tot twee maanden nadat u zwanger bent geworden. U vermindert hiermee de kans op aangeboren afwijkingen.

    Vrouwen die valproïnezuur niet voor epilepsie gebruiken: gebruik dit middel NIET als u zwanger bent of wil worden. Zorg dus voor goede anticonceptie. Wilt u zwanger worden, overleg dan met uw arts. Zo mogelijk kunt u tijdelijk overstappen op een ander middel.

    Borstvoeding
    Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Het middel komt in een kleine hoeveelheid in de moedermelk terecht en kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Dit merkt u doordat uw baby suf wordt, minder goed drinkt, moet braken of puntvormige vlekjes op de huid krijgt. Meestal kunt u, in overleg met uw arts, wel borstvoeding geven, als u let op deze verschijnselen. U kunt dan op tijd uw arts raadplegen.

  • Stoppen

    Nee, u kunt niet zomaar stoppen. Dat moet altijd in overleg met de arts gebeuren. De dosering moet namelijk worden afgebouwd, om ernstige problemen te voorkomen. Moet u stoppen vanwege overgevoeligheid of ernstige bijwerkingen, dan zal uw arts hier rekening mee houden.

    Ook als u een ander epilepsiemiddel gaat gebruiken, mag u niet in één keer met dit middel stoppen. Ook in dat geval moet de dosering langzaam worden afgebouwd.

  • Handelsinformatie

    Valproïnezuur is sinds 1968 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknamen Depakine, Orfiril en Propymal en als het merkloze Natrii Valproas, Natriumvalproaat en Valproïnezuur FNA. Het is te verkrijgen in tabletten, capsules, korrels (granulaat), drank, druppels, zetpillen en injecties.

Laatst gewijzigd op: 03 februari 2014

Herhaalrecept

Gebruikt u Orfiril? Via deze website kunt u een herhaalrecept aanvragen

Meld bijwerkingen

Een paar minuten van uw tijd kan een leven redden.

Omdat niet alle bijwerkingen bekend zijn op het moment dat een geneesmiddel of een vaccin op de markt wordt gebracht, zijn meldingen uit de praktijk onmisbaar voor een veilig geneesmiddelgebruik.

Lareb verzamelt alle bijwerkingen van geneesmiddelen en vaccins in Nederland. Daardoor valt het snel op als een bijwerking vaak voorkomt. Dit systeem werkt alleen als er zoveel mogelijk bijwerkingen gemeld worden door zorgverleners, apothekers en patiënten.

Uw melding is dus belangrijk om geneesmiddelen nog veiliger te maken!

Meld bijwerkingen