Would you like to read this information again? Use the following options:

Alles over Trombose

Powered by: KNMP logo
  • Algemeen
    Een wondje stopt met bloeden omdat er een korstje op komt: het bloed stolt bij een beschadiging van een bloedvat. Soms is dit stollingsproces overactief. Er kan dan een bloedprop ontstaan die een bloedvat geheel of gedeeltelijk afsluit. Als dit in het been gebeurt, dan noemen we dit een trombosebeen.

    Trombose kan ook in de hersenen (beroerte, TIA) of in het hart (hartinfarct) ontstaan.

    Roken, overgewicht en inactiviteit vergroten de kans op trombose. Maar ook beschadigingen van bloedvaten kunnen trombose veroorzaken. Verder verhoogt het gebruik van de anticonceptiepil in combinatie met roken de kans op trombose. Ten slotte bestaan er erfelijke aandoeningen, waarbij het lichaam te weinig antistollingstoffen maakt.
  • Herkennen
    U heeft last van een pijnlijk, stijf, gezwollen, warm en rood (onder)been.

  • Zelf doen
    Bij klachten die lijken op trombose dient u contact op te nemen met uw huisarts. Die kan eventueel verder onderzoek doen en een behandeling instellen.

    U kunt de kans op een trombosebeen verkleinen door:
    • voldoende te bewegen, vooral tijdens een lange (vlieg)reis;
    • niet te roken;
    • bij overgewicht proberen af te vallen.

    Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap.
    Laatst bijgewerkt: 29 augustus 2006.



  • Medicijnen

    Antistollingsmiddelen
    Antistollingsmiddelen remmen de vorming van bloedpropjes af en verminderen zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van hart- en vaatproblemen verkleind. Voorbeelden zijn acenocoumarol, fenprocoumon, apixaban, dabigatran en rivaroxiban.

    Salicylaten
    Salicylaten hebben remmende werking op het samenklonteren van de bloedplaatjes en verminderen zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van hart- en vaatproblemen verkleind. Voorbeelden zijn acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium.

    Dipyridamol
    Dipyridamol remt de samenklontering van de bloedplaatjes en vermindert zo het ontstaan van bloedpropjes in de bloedvaten. Hierdoor wordt de kans op hart- en vaatproblemen verkleind. Meestal wordt dipyridamol samen met één van bovengenoemde medicijnen, die ook de bloedstolling remmen, gebruikt.

    Kankerremmende stoffen
    Bepaalde kankerremmende stoffen worden gebruikt bij trombocytose en polycythemie vera.

    Bij trombocytose heeft u te veel bloedplaatjes in het bloed. Bloedplaatjes zorgen voor de bloedstolling. Als er te veel van in het bloed zijn kunnen bloedpropjes ontstaan.

    Bij polycythemia vera (ziekte van Vaquez-Osler) zijn er te veel rode bloedcellen in het bloed, doordat het beenmerg te veel rode bloedcellen en bloedplaatjes aanmaakt. Door de rode bloedcellen wordt het bloed te stroperig. Hierdoor kan het niet goed doorstromen. Bloedplaatjes zorgen voor de bloedstolling. Als er te veel van in het bloed zijn, kunnen bloedpropjes ontstaan.

    Bepaalde kankerremmende stoffen verminderen de aanmaak van rode bloedcellen en bloedplaatjes. Voorbeelden zijn busulfan, hydroxycarbamide en melfalan.

Gerelateerde videos

Antistollingsmiddelen

Antistollingsmiddelen

Bekijk video

Allergie

Van allergie is sprake wanneer het lichaam reageert op stoffen die het niet kan verdragen. Die stoffen, zoals bijvoorbeeld stuifmeel van bomen of stofmijten, worden omgevingsantigenen of allergenen genoemd en…

Van allergie is sprake wanneer het lichaam reageert op stoffen die het niet kan verdragen. Die stoffen, zoals bijvoorbeeld stuifmeel van bomen of stofmijten, worden omgevingsantigenen of allergenen genoemd en zijn gewoonlijk niet schadelijk. Maar het immuunsysteem van een allergiepatiënt beschouwt die allergenen wel als schadelijk.

Als bijvoorbeeld iemand allergisch is voor stuifmeel en aan dit allergeen wordt blootgesteld, reageert het immuunsysteem van het lichaam als volgt:

nadat het lichaam voor het eerst aan het allergeen is blootgesteld, produceren de witte bloedcellen antilichamen, in het bijzonder IgE-antilichamen, die het immuunsysteem voorbereiden op een volgende aanval van hetzelfde allergeen. Bij de eerste blootstelling aan stuifmeel zullen zich geen uitwendige allergische symptomen voordoen, maar inwendig binden de IgE-antilichamen zich aan mestcellen. Dat zijn gespecialiseerde cellen in weefsels die met de buitenwereld in contact staan. Mestcellen zijn te vinden in het ademhalingssysteem, het maag-darmkanaal en de huid.

Bij volgende keren dat iemand wordt blootgesteld aan stuifmeel, bindt dit allergeen zich aan het IgE-antilichaam en scheidt het chemicaliën, zoals histamine, in de mestcellen af. Daardoor ontstaan de allergiesymptomen, zoals een loopneus, waterige ogen en niezen.

Er zijn allerlei allergieën, zoals huid- en voedselallergieën. De vele verschillende allergische reacties kunnen variëren van huiduitslag tot overgeven en diarree.

Bekijk video